Horeca Vlaanderen en Navefri gaan samenwerken

 

 ‘We trekken aan hetzelfde zeel’

_DSC7239

Horeca Vlaanderen en Navefri, de nationale beroepsvereniging voor frituuruitbaters, gaan nauwer samenwerken. Leden van Navefri worden automatisch lid van Horeca Vlaanderen. Dat betekent niet dat Navefri ophoudt te bestaan.

Bernard Lefèvre, voorzitter van Navefri: “We spreken niet van een fusie, wel van een georganiseerde samenwerking.”
Danny Van Assche, afgevaardigd bestuurder van Horeca Vlaanderen, ziet in de nieuwe samenwerking een versterking voor beide organisaties: “Deze overeenkomst zorgt voor een uitgebreidere know-how, grotere representativiteit en een betere dienstverlening. De ondernemer wordt er beter van.”

Wat verandert er concreet?

Bernard Lefèvre: “Als vertegenwoordiger van de frituursector houdt Navefri zich met twee belangrijke zaken bezig. Ten eerste is er de beroepsverdediging: wetgeving, politiek, HACCP… De tweede pool omvat de frietcultuur en het imago van de frituren. Wat betreft beroepsverdediging zien we dat er heel wat parallel loopt met de rest van de horecasector. Horeca is zeer divers: van café, frituur, brasserie over sterrenrestaurant tot hotel. Maar je hebt ook iets gemeenschappelijks. Waarom de krachten dan niet bundelen?”

Danny Van Assche: “Hoewel de frituursector zeer specifiek is lopen inderdaad veel van de belangen samen met die van de horecasector in het algemeen. Sinds jaren werken we al nauw en goed samen met de collega’s van Navefri. Door ons te verenigen onder dezelfde vlag staan we niet alleen als belangenvereniging sterker, we zullen onze leden nog beter kunnen ondersteunen.”

Waarom is dat niet eerder al gebeurd?

 Bernard Lefèvre: “Toen Navefri ontstaan is, hadden we het gevoel een subsector te zijn waar niet veel erkenning voor bestaat. Maar er is hoe langer hoe meer erkenning gekomen voor het beroep van friturist. Dat heeft ons doen besluiten om met gelijken te gaan praten om te kijken welke zaken we samen kunnen doen. Het is een samenwerking, geen fusie. De verdediging van het ambacht, de frietcultuur, blijft los staan van Horeca Vlaanderen.

Danny Van Assche:  “De beroepsverdediging wordt ondergebracht in een sectorcommissie bij Horeca Vlaanderen. Naast hotels, restaurants, cafés en nightlife richten we nu dus ook een commissie frituren op.  Navefri blijft wel de beheerder van het frietgebeuren.”

Welke voordelen zien jullie?

 Bernard Lefèvre: “Ik zie alleen maar voordelen. Navefri steunt louter op vrijwilligers, Horeca Vlaanderen heeft een professionele structuur van medewerkers (juristen, administratie, communicatie, ledenwerving) die wel bezoldigd worden. Vrijwilligers zijn zeker iets anders dan amateurs, maar hun slagkracht blijft toch minder groot, omdat ze de verdediging van de sector naast hun hoofdberoep moeten doen. Dat kun je dan beter gestructureerd organiseren binnen een groter geheel.”

Danny Van Assche: Horeca Vlaanderen heeft een eigen studiedienst en biedt een heel ruime ondersteuning voor de leden. Daarop kunnen vanaf nu ook de leden van Navefri beroep doen. Het is uiteindelijk de ondernemer die er beter van zal worden.”

Zijn er ook toenaderingen tot Horeca Brussel en FED. HoReCa Wallonie?

 Bernard Lefèvre : “Zeker. Navefri-Unafri is een nationale beroepsvereninging. Uiteraard vertegenwoordigt die ook de frituristen in Brussel en Wallonië. We hebben eerst gekozen om met de grootste speler rond de tafel te gaan zitten, om dan de onderhandelingen uit te breiden naar de andere Federaties. De realiteit is dat het grootste deel van onze leden zich in Vlaanderen bevindt.”

Wat is de onderverdeling van frituren in België?

 Bernard Lefèvre : “Er zijn zo’n 4.000 à 5.000 frituren in België: zo’n 3.500 in Vlaanderen, 1.200 in Wallonië en 350 in Brussel. Bovendien is de aansluitingsbereidheid in Vlaanderen veel groter.”

Waren er al niet heel wat samenwerkingen?

 Bernard Lefèvre : “Toch wel. We hebben samen gewerkt aan een gemeenschappelijke HACCP-gids voor de horecasector en dat is zeer vlot verlopen. Anderzijds maakte ik de bedenking dat in vergaderingen met het FAVV er telkens vertegenwoordigers van Horeca Vlaanderen en Navefri waren. Toen dacht ik: eigenlijk kunnen we de vertegenwoordiging verdelen, mits goede afspraken. We trekken tenslotte aan hetzelfde zeel. Het was niet efficiënt meer. Er was aanvankelijk wat terughoudendheid bij Navefri. Door andere belangen mee te verdedigen, komen de eigen belangen misschien wat op de achtergrond te staan, dacht men. Maar dat kun je oplossen door duidelijke afspraken te maken en duidelijke standpunten in te nemen in de sectorcommissies. En door naar buiten te komen met een gemeenschappelijk standpunt.”

Danny Van Assche: “Er was inderdaad al een ruime samenwerking, die wordt nu structureel verankerd binnen Horeca Vlaanderen. En natuurlijk moet de eigenheid van Navefri behouden blijven. Ook binnen onze andere sectorcommissies is er soms discussie bij het bepalen van de standpunten, onze sector is nu eenmaal heel divers. Er is niets mis met meningen die botsen, zolang het maar op een constructieve manier gebeurt. Door met heel de sector gemeenschappelijk met één stem te spreken staan we gewoon veel sterker.”

Bernard, u zit al 15 jaar in het bestuur van Navefri. Hoe hebt u de frituursector zien evolueren?

 Bernard Lefèvre : “Ik vond dat er opportuniteiten waren die de friturist zelf niet benutte, omdat hij te veel met de eigen zaak bezig was. Hij was niet fier genoeg, zich niet bewust van zijn eigen troeven. Navefri heeft kunnen werken aan de professionaliteit, maar ook aan het opwaarderen van het imago.”

Er is ook heel wat concurrentie bij gekomen.

 Bernard Lefèvre : “De opmars van de fastfood heeft de hele sector grondig veranderd. Als je vroeger snel iets wou eten, ging je naar de frituur. Nu kun je op tal van plaatsen terecht: hamburgerketen, meeneem-Chinees, pitabar… De keuzemogelijkheden zijn enorm. In tegenstelling tot Nederland is de frituristenvereniging in België niet de rationele toer op gegaan, maar de gevoelenstoer. We hebben hier geen ketens. Elke friturist bepaalt zelf zijn aanbod, de grootte van een portie friet of saus. Het is hier a-fastfood.”

Er hangt nostalgie aan vast.

Bernard Lefèvre  “Dat moet bewaard blijven, maar je mag ook niet uit het oog verliezen dat het voor de frituristen hun broodwinning is. Navefri moet beide aspecten verdedigen. De familienaam is Horeca, maar de voornaam blijft Navefri. Die differentieert ons van de rest van de familie en bepaalt onze identiteit.”

De sectorcommissie is in oprichting?

Bernard Lefèvre: “Klopt. Daar zitten Navefri-bestuurders in, maar ik zou nog andere frituristen willen oproepen daar deel van uit te maken, en het liefst mensen die met beide voeten in het beroep staan. Als die hun eigen belangen verdedigen, verdedigen ze die van de hele sector.”

Danny Van Assche: “De sectorcommissies voeden onze Raad van Bestuur. Om een goed en krachtdadig beleid te voeren moet een grondig actieplan worden opgesteld. Daarvoor is de kennis, ervaring en visie nodig van ondernemers die hun stiel door en door kennen. Bij deze dan ook een warme oproep aan alle professionele frituristen om deel te nemen aan deze commissies.”

Zijn de Belgische frieten echt de beste?

Bernard Lefèvre “Daar kan ik me niet over uitspreken. Ik moet wel vaststellen dat de frituur tijdens de Expo in Milaan veel bijval had. We waren de drukst bezochte stand. We hebben dus blijkbaar toch iets bijzonders.”

Danny Van Assche: “Ik ben zelf geen friturist en kan dus zonder op eigen borst te kloppen zeggen: Ja onze Belgische frieten zijn de beste van de wereld. Het is niet alleen onze nationale plicht om dat te vinden, het is ook écht zo! (lacht)”.

Wat maakt een frituur bijzonder?

 “Een frituur is een georganiseerde chaos. Iemand wil meer saus, minder zout, minder hard gebakken frieten… De friturist bereidt dat à la tête du client. In een restaurant zou je nooit zoveel uitzonderingen durven vragen. Iedereen praat ook met elkaar in een frituur. Een frituur heeft een schoonheid die niet onmiddellijk zichtbaar is.”